Zestig jaar na de Eerste Politionele Actie: terugblik op een koloniale oorlog
"Brengers van Recht en Veiligheid" - bekijk de filmpropaganda uit 1947
Zestig jaar geleden, op 21 juli 1947, besloot Nederland om onder de codenaam "Actie Produkt" militair in te grijpen in Indonesië. Om het karakter van het ingrijpen te verbloemen, werd de koloniale oorlog door de overheid consequent "Politionele Actie" genoemd. De cijfers bewijzen dat het wel degelijk om een echte oorlog ging. In de periode 1947-1949 (tot aan de formele souvereiniteitsoverdracht op 21 december 1949) vielen aan Indonesische kant naar schatting 40.000 slachtoffers, aan Nederlandse kant 6200.
Vanaf het begin van het militaire optreden reisden er op beperkte schaal journalisten, fotografen en filmers met de troepen mee. Talloze films werden gemaakt om zowel de eigen bevolking als kritische buitenlandse mogendheden (m.n. de Verenigde Staten) te overtuigen van het vredelievende karakter van het militaire ingrijpen. De films en verslagen die dat opleverde zijn fascinerend. In die zin waren de "politionele acties" de eerste oorlog waarin ons land met in de Tweede Wereldoorlog zo gehate machtsmiddel van de nazi's volop voor haar eigen zaak inzette.
Gerda Jansen Hendriks, programmamaker voor Andere Tijden, is gespecialiseerd in de koloniale propagandafilms ten tijde van de Indonesische onafhankelijksoorlog. Ze bereidt over dit onderwerp een dissertatie voor. Speciaal voor deze website zocht ze een aantal typerende films uit. De duiding van deze films kunt u lezen in onderstaand verhaal. De besproken films kunt u via de videolinks bekijken. Ook is een aantal latere documentaires toegevoegd (o.a. het beroemde "Indonesia Merdeka" van Roelof Kiers) waarin op de dekolonisatie van Nederlands-Indië met betrokkenen wordt teruggekeken. Verder kunt u een radiodocumentaire beluisteren waarin met betrokkenen op de propaganda teruggekeken wordt.
'Een mooi woord voor oorlog' ofwel 'Politionele Actie'. Zo is de aanval van Nederland op de Indonesische Republiek de vaderlandse geschiedenis ingegaan. In de nacht van 20 op 21 juli 1947 trokken tienduizenden Nederlandse soldaten op verschillende plekken op Java de zogenaamde demarcatielijn over. Ze werden nauwelijks vergezeld door de schrijvende, laat staan de filmende pers. Op beelden van de militaire actie moest de Nederlandse bioscoopbezoeker nog ruim twee weken wachten. Het Polygoonjournaal presenteerde het eerste verslag half augustus. Bedacht moet wel worden dat de vlucht Batavia - Amsterdam toen nog een kleine week in beslag nam, dus die tijd was er minimaal nodig om filmbeelden naar Nederland te krijgen.
Het Nederlandse bioscoopjournaal Polygoon had geen eigen cameramensen in Indonesië. Het bedrijf had afspraken met de grootste filmproducent ter plekke, Multifilm Batavia, voor leveranties van beelden bij actuele gebeurtenissen. Multifilm zelf produceerde in Indonesië een eigen wekelijks bioscoopjournaal onder de titel Wordende Wereld. De volledige naam van het bedrijf luidde Gouvernements Filmbedrijf Multifilm Batavia. Het was grotendeels eigendom van de Nederlands-Indische overheid. De beelden die werden gemaakt van de Politionele Actie zijn vooral positief voor Nederland. De boosdoener is de Republiek Indonesië. Die is verantwoordelijk voor de verwoestingen die 'onze jongens' aantreffen. Het is ook de Republiek die door wanbeleid heeft gezorgd voor honger en ziektes onder de bevolking. Vrolijk zwaaien Indonesiërs naar passerende Nederlandse tanks. Gevechten zijn er niet te zien. Wel beelden van een door Nederlanders ingerichte Rode Kruis post. Aan het slot van de eerste Polygoonreportage zien we gevluchte dorpsbewoners terugkeren naar hun huizen. De conclusie lijkt onafwendbaar: het Nederlandse optreden bracht rust en veiligheid. In de weken die volgden had Polygoon nog meer beeld van de oorlog die geen oorlog mocht heten. En zo ziet het er ook niet uit. 'Wij' zijn wel in uniform, maar we doen niet anders dan de lokale bevolking helpen.
De ironie van de geschiedenis wil dat in dezelfde week waarin de tweede reportage over de Politionele Actie in de bioscoop was te zien (ook deze film is binnenkort op deze website te zien) ook een verslag werd vertoond over de viering van de onafhankelijkheid van India en Pakistan. Het is de vraag of de bioscoopbezoekers van toen de ironie zagen. De Nederlandse bevolking was niet in meerderheid tegen de militaire actie in Indonesië. Ze geloofde de argumentatie van de regering dat alle pogingen waren uitgeput om op vreedzame wijze tot een vergelijk met de Republiek Indonesië te komen. Ter linkerzijde was er wel openlijk uitgesproken afschuw. Schaamte ook, dat Nederland nu de rol van bezetter op zich nam. Voor de directie van Polygoon was dat van geen belang. Het bioscoopjournaal moest zich vooral ver van alle politieke controverse houden. De berichtgeving was daarom vanzelfsprekend gezagsgetrouw. Overigens is van de hier genoemde Polygoonreportages het geluid zoek geraakt. Wat op de site staat zijn de reportages zoals Polygoon ze van Multifilm Batavia kreeg aangeleverd. De beelden zijn identiek, de teneur van het commentaar eveneens.
Dat er weinig 'echte' oorlog is te zien bij Polygoon heeft deels een technische verklaring. Het bioscoopjournaal werd destijds nog opgenomen met loodzware camera's die 35 millimeter film en vaste lenzen gebruikten. De scherpte van het beeld is fenomenaal, maar de actieradius van de cameraman was beperkt. Het is niet alleen techniek die zorgt voor 'brave' beelden. Cameraman Charles Breijer, die enkele jaren voor Multifilm werkte, had de uitdrukkelijke opdracht om de beelden zo vredelievend mogelijk te houden. Als er een tank voorbijkwam, dan moesten op de achtergrond mensen te zien zijn die met hun mandjes naar de markt gingen. Dat shot moest in de montage ook even blijven staan, zodat de nadruk op de mensen lag en niet op de tanks. Breijer ging na de onafhankelijkheid werken voor de Republiek Indonesië, maar in de jaren daarvoor kon hij zich niet onttrekken aan de bijna natuurlijke solidariteit die hij voelde met landgenoten, de dienstplichtige Nederlandse soldaten met wie hij optrok tijdens het filmen. Dat leidde er toe dat hij de serie 'Soldaat Overzee' bedacht. Samen met een luitenant van de landmacht maakte hij voor Multifilm een achttal afleveringen die het 'dagelijks leven' van de Nederlandse soldaat aan de familie thuis liet zien. De oorlog is in deze reportages heel erg ver weg.
Multifilm Batavia was niet de enige instantie die films liet maken. Zowel leger als marine hadden een eigen filmdienst. Totaal los van elkaar werd er niet geopereerd, er werden over en weer beelden uitgewisseld. De diensten van landmacht en marine maakten films voor interne vertoning. Daarbij kan worden gedacht aan vertoning tijdens de troepentransporten naar Indonesië. Veel kennis was er in Nederland niet over wat er daarginds aan de hand was en van jongens in de dienstplichtige leeftijd kon dat ook niet verwacht worden. Terwijl de legerleiding toch duidelijk wilde maken waarom er aan de andere kant van de wereld Nederlandse soldaten nodig waren. De lange film 'Brengers van Recht en Veiligheid' geeft dat aardig weer - de titel is veelzeggend.
De lange film 'Linggadjati in de branding' is bedoeld als een verantwoording van de Politionele Actie. De film is geproduceerd door Multifilm en wilde voor eens en altijd duidelijk maken dat er gezien de politieke impasse voor Nederland niets anders op zat dan militair ingrijpen. Er is in de film uitgebreid aandacht voor de vele militaire operaties. Daarin is wel 'agressief' gemonteerd, zoals Charles Breijer het karakteriseerde. Tanks stuiven voorbij in stofwolken, de bevolking blijft op de achtergrond. Gevechten zijn er evenmin te zien, maar die waren er op dat moment ook niet veel. De Nederlandse troepen ondervonden tijdens hun opmars weinig weerstand van de Republikeinse kant. Die kon niet op tegen de militaire overmacht en ontwikkelde ter plekke een nieuwe strategie. Ze trok zich in kleine groepjes terug en voerde in de maanden die volgden een guerillastrijd die aan veel meer Nederlandse soldaten het leven kostte dan er sneuvelden tijden de Politionele Actie. In de documentaire van Roelof Kiers komt dit aspect aan de orde. 'Linggadjati in de branding' ging in het late najaar van 1947 in première in een aantal bioscopen in Nederlands-Indië. Al snel kwamen er verontrustende berichten terug van de lokale autoriteiten. Veel Indonesiërs die de film zagen meenden te begrijpen dat de vele getoonde verwoestingen het gevolg waren van het Nederlandse optreden. Gouverneur-generaal Van Mook verbood daarop elke verdere vertoning. Een herziene versie, waarbij aan het einde benadrukt wordt dat er nu samen aan een nieuwe toekomst zal worden gewerkt, vond hij voor vertoning in Nederland niet geschikt. Nog steeds te agressief, te veel nadruk op de militaire operatie. De film is hier nooit in de bioscoop uitgebracht.
Een andere film die de bioscoopbezoeker nooit te zien kreeg was 'Oud en Nieuw in Indonesië'. Deze film werd in de zomer van 1947 tot twee keer toe afgekeurd bij de toen nog verplichte filmkeuring. Vertoning zou kunnen leiden tot relletjes, aldus de leden van de keuring. De film is geproduceerd door de Stichting Vrij Nederland, verbonden met het gelijknamige weekblad. Het commentaar is van de hoofdredacteur H.M. van Randwijk. Het eerste deel van de film laat zien hoe Indië voor de oorlog langzaam een moderne natie wordt, onder Nederlandse leiding. Vervolgens schakelt de film naar het heden en zien we de 'jongens en meisjes' van het nieuwe Indonesië optochten houden met hun rood-witte vlag. Gewapend met bamboesperen kijken ze naar een toespraak van hun voorman Soekarno. Het zijn met name deze beelden, grotendeels afkomstig van Britse bioscoopjournaals, die voor de filmkeuring taboe waren. 'Oud en Nieuw in Indonesië' had bovendien de pech dat de film ter keuring werd aangeboden juist op het moment dat de Politionele Actie van start ging. De sfeer was te gespannen om deze film zonder verdere begeleiding te vertonen, zo oordeelde de keuring. Wie de film nu ziet, kan zich die angst nauwelijks meer indenken, maar hij was in die maanden duidelijk wel aanwezig.
Bijna tot verdriet van de Nederlandse autoriteiten was er in het buitenland ook flinke belangstelling voor de oorlog. Het Nederlandse optreden kwam ter tafel in de Veiligheidsraad van de VN. Alleen door het staken van de opmars wist Nederland te voorkomen dat er een economische boycot werd afgekondigd. Dat zou overigens een treurige primeur zijn geweest, want het boycot-instrument had de VN nog niet eerder ingezet. Naast korte items in bioscoopjournaals over de hele wereld, besteedde ook March of Time, de 'achtergrondrubriek' van het Amerikaanse Time/Life concern aandacht aan de kwestie. Nederland had de warme sympathie van eigenaar en mediamagnaat Henry Luce en zo is de aflevering 'End of Empire' niet zo negatief als op grond van de stemming in de Verenigde Staten kon worden verwacht.
Er is regelmatig verondersteld dat er allerlei geheime filmopnames zouden bestaan van het optreden van de Nederlandse troepen. Beelden die de meest vreselijke gruwelijkheden laten zien. Het lijkt onwaarschijnlijk, mede vanwege de technische beperktheden van die tijd. Fotocamera's waren toen al een stuk makkelijker te hanteren. Op dat terrein is er in de loop van de tijd wel het nodige boven water gekomen uit leger- en andere archieven. Maar voor de hedendaagse mediaconsument ogen die foto's niet erg schokkend, wij zijn veel gewend. De filmbeelden rond de Politionele Actie vertellen vooral wat de Nederlandse regering ons graag wilde laten zien: dat 'wij' de bevolking daar helpen. Die boodschap is heeft voor regeringen in onze cultuur een grotere aantrekkingskracht dan de pure militaire macht. Ook vandaag de dag nog.
Gerda Jansen Hendriks (redacteur Andere Tijden)
Reacties
Herman Geul
24 mei 2009
Hallo. Ik ben op zoek naar dvd over de politionele actie 1947-1949. Het is voor mijn vader die daar gediend heeft in die periode maar ik kan geen bewegende beelden vinden.Kunt u mij helpen ?