Items
-
1 Niets houdt haar tegen Periode van de illegale abortus
-
2 Bij wet verboden De Zedenwet van 1911
-
3 Er begint iets te groeien Verandering van het abortus-klimaat
-
4 Gedogen of niet gedogen Abortus in de praktijk
-
5 Eerbied voor het leven De anti-abortusbeweging
-
6 De finale Van Agt, Bloemenhove en de wet
- 101 Bronnen
- 102 Literatuur
De finale
Van Agt, Bloemenhove en de wet
6Van Agt, Bloemenhove en de wet
Ook Minister van Justitie Van Agt was ontevreden met de ontwikkelingen. Een wetsontwerp dat hij als tegenwicht tegen het wetsvoorstel van de PvdA in 1972 indiende, haalde het niet. Op een bijeenkomst in de lente van 1974 bleek dat hij niet langer lijdzaam toe wilde zien. Van Agt haalde fel uit tegen abortus, sprak van een zogenaamde ‘abortusexplosie’ en noemde die ‘zorgwekkend’. Een paar maanden later stelde hij dat hij op z’n minst de 12-weken grens aangehouden moest worden. “Medici aborteren maar raak, ze hebben geen moreel houvast meer of een duidelijk baken waar ze op kunnen varen.” Het was duidelijk dat Van Agt met zijn uitval doelde op de afdeling van de kliniek Bloemenhove waar ‘late’ abortussen plaatsvonden. Maar zijn plannen om de apparatuur van die afdeling in beslag te nemen, werden gedwarsboomd door de rechter en de Hoge Raad.
Van Agt moest twee jaar wachten voordat hij opnieuw actie kon ondernemen. Als was het een geschenk uit de hemel stapte in 1976 een Duits echtpaar naar de politie om een aanklacht tegen Bloemenhove in te dienen. De vrouw had zich laten aborteren maar kreeg daarna alsnog een miskraam van een tweede foetus. Van Agt zag zijn kans schoon: op 18 mei 1976 gaf hij de politie opdracht de kliniek te laten verzegelen voor ‘nader onderzoek’. Maar de verzegeling werd verbroken. De Tweede Kamer riep Van Agt de volgende dag ter verantwoording. Linkse partijen en de VVD probeerden Van Agt te dwingen de zaak in handen van de rechter te geven. Maar Van Agt hield voet bij stuk: ”Ik zal de motie niet uitvoeren.” Gewaarschuwd door PvdA-minister Irene Vorrink wist de vrouwenbeweging een plan van Van Agt voor een nieuwe inval in de kliniek te voorkomen. Van heinde en ver kwamen vrouwen om Bloemenhove twee weken lang te bezetten. Daarna volgde een uitspraak van de rechter: de apparatuur van de kliniek mocht niet in beslag genomen worden. Van Agt had de strijd verloren.
Een laatste massale oprisping kwam in 1980 met een grote anti-abortusdemonstratie. Ongeveer 20.000 mensen liepen mee. Ze droegen schoenendozen met een gebroken roos erop. Ook broeder Frans en broeder Jan waren van de partij. De menigte in Den Haag maakte grote indruk op ze. Maar het mocht niet meer baten. Na veel politiek geharrewar en nog diverse wetsontwerpen, werd in 1981 uiteindelijk de nieuwe abortuswet aangenomen en in 1984 aangepast. Sinds 1984 is abortus provocatus toegestaan onder bepaalde voorwaarden. De ingreep mag alleen worden verricht in daartoe bestemde klinieken of ziekenhuizen, er geldt een wachttijd van vijf dagen en niemand kan verplicht worden aan abortus mee te werken. De wet was een kleine stap terug ten opzichte van de toen al lang gevestigde praktijk. Cécile: “Van Agt en pater Koopman voerden een achterhoedegevecht. De wet moest er komen. Vrouwen hadden al lang het heft in eigen handen genomen.”
Regie: Paul Ruigrok
Research: Karin van den Born en Mirjam Gulmans